De hoofdstad van Israel is Jeruzalem. Jeruzalem is al meer dan 3000 jaar oud! In de Bijbel wordt de stad al genoemd in de tijd van Abraham. Maar de stad wordt echt belangrijk als koning David het tot de hoofdstad van Israël maakt. Later bouwt zijn zoon, koning Salomo, er de Tempel.
De taal die in Israël wordt gesproken heet Ivriet. Dat is het moderne Hebreeuws. Deze taal heeft andere letters en wordt van rechts naar links gelezen. Meer dan 1500 jaar werd deze taal niet gesproken. De taal werd alleen nog gebruikt om in de Thora-rollen te lezen en te bidden.
Het officiële wapenschild dat in 1949 werd goedgekeurd, is de Menora, de kandelaar. Naast de kandelaar staan twee olijftakken afgebeeld. Deze zijn onderaan verbonden met het woord ‘Israël’ in het Hebreeuws.
Israël heeft lange, warme en droge zomers (van april tot oktober) en milde winters (van november tot maart). De hoger gelegen gebieden, met steden als Jeruzalem en Safed, hebben een wat droger en koeler klimaat. De meeste regen valt in het noorden en midden van het land.
Sneeuw valt er niet alleen op de Hermon, ook in bijvoorbeeld Jeruzalem is het geen onbekend verschijnsel.
Het zuidelijke gedeelte van Israël bestaat bijna helemaal uit woestijn. Deze woestijn heet de Negev. In de Negev wonen naast Joodse mensen ook bedoeïenen. Bedoeïenen zijn Arabische mensen die vroeger door de woestijn zwierven. Sommigen doen dit nog steeds, maar steeds meer bedoeïenen hebben nu wel een vaste woonplaats. De grootste Bedoeïenen-plaats in Israël is de stad Rahat. Er leven meer dan 100.000 bedoeïenen in de Negev.
Als
je door Israël reist zul je soms mannen zien lopen in blauwe kleding
en een witte doek op het hoofd. Deze mensen zijn Druzen en ze wonen
voornamelijk in het Noorden van Israël. Op deze pagina's kun je meer
te weten komen over de Druzen.