De Tabernakel was een tent die gemakkelijk afgebroken, vervoerd en opgezet kon worden.
Het was bedoeld als een heiligdom voor God en daarom werd het gemaakt van materialen van een uitstekende kwaliteit. Een jaar lang bleven de Israëlieten aan de voet van de berg Sinaï, om te bouwen aan de Tabernakel. Toen deze klaar was vulde de heerlijkheid van God de Tabernakel.
Dit was overdag te zien door een wolkkolom en ´s nachts door vuur. De Tabernakel stond altijd in het midden van de legerplaats. De tenten van Mozes en Aäron stonden direct voor de ingang. Elke stam had een eigen plaats in het legerkamp. Tijdens de tocht naar het beloofde land liepen de Levieten, die de Tabernakel droegen, in het midden.
De Tabernakel van buiten
De Tabernakel zelf was ongeveer 15 meter lang, 5 meter breed en 5 meter hoog. Hij stond in een met doeken afgesloten binnenplaats, de voorhof, en was opgedeeld in twee ruimtes, het heilige en het heilige der heiligen.
Het brandofferaltaar
Het eerste voorwerp welke je tegenkwam bij het betreden van de voorhof, was het koperen brandofferaltaar. Hierop werden offers gebracht aan God.
Het was ongeveer 2,5 meter in het vierkant en 1,5 meter hoog. Het altaar was gemaakt van acacia hout en bedekt met koperen platen.
Op elke bovenhoek bevond zich een driehoekige hoorn. Hieraan werden de offerdieren vastgebonden voor het offeren.
Het wasvat
Het tweede voorwerp in de Voorhof was het koperen wasvat. Het stond tussen het brandofferaltaar en de Tabernakel. Wanneer de priesters de Tabernakel binnen wilden gaan moesten ze eerst hun handen en voeten wassen. Dit deden ze ook voordat ze gingen offeren.
De Tabernakel
De wanden van de Tabernakel waren gemaakt van acaciahout bedekt met goud. De hoogte was ongeveer 5 meter.
De toegang tot de Tabernakel werd gevormd door een linnen scherm in de kleuren blauw, purper en rood. De toegang was altijd gericht naar het oosten.
De bovenkant, zijkanten en de achterkant waren bedekt met vier lagen doek:
-
Linnendoek,
-
geitenharendoek,
-
roodgeverfde ramshuid en
-
geitenhuid.
De Tabernakel van binnen (het Heilige)
Het heilige was ongeveer 9 bij 4,5 meter en daarmee precies twee maal zo groot als het heilige der heiligen. Alleen de priesters mochten hier komen.
Er stonden drie voorwerpen:
-
een gouden kandelaar
-
een reukofferaltaar en
-
een tafel voor de toonbroden.
Het reukofferaltaar
Het reukofferaltaar was een stuk kleiner dan het brandofferaltaar.
Namelijk een halve meter in de lengte en breedte en ongeveer een meter hoog. Het was gemaakt van met goud bedekt acaciahout en daarom ook vaak ‘het gouden altaar’ genoemd.
Elke ochtend en avond werd er op dit altaar wierook gebrand.
De tafel der toonbroden
Ook de tafel der toonbroden was gemaakt van acaciahout en bedekt met goud. Hij was ongeveer een meter lang, een halve meter breed en 0,70 meter hoog.
Elke Sabbat werden 12 speciaal bereidde broden in stapels van 6 op de tafel gelegd. Ze werden door de priesters gebakken en uiteindelijk ook gegeten.
Verder stonden er op de tafel borden voor de broden, schalen voor wierook en een aantal kommen en kruiken.
De gouden kandelaar
De kandelaar was gemaakt van 34 kilo goud. Het bestond uit een midden as met aan beide zijden drie armen. De zeven lampen hierop brandden op zuivere olijfolie.
De Hogepriester
Eenmaal per jaar, op de grote verzoendag, mocht de hogepriester hier komen. Hij bracht reukwerk met zich mee en bloed van een offerdier.
Nadat hij het reukwerk in een vuur had verbrand, sprenkelde hij het bloed op de Ark van het verbond.
Naast de gebruikelijke priesterkleding droeg de hogepriester als hij dienst deed een donkerblauw opperkleed. Daarover droeg hij een schouderkleed en een borstschild. Op dit borstschild waren 12 edelstenen bevestigd met de namen van de 12 stammen van Israël.
Om zijn tulband droeg hij een gouden diadeem met de woorden ‘Heilig voor de Heere’.
Op grote verzoendag droeg hij witte kleren.
.
.
De Ark van het verbond
De Ark van het verbond was het enige zichtbare voorwerp in het heilige der heiligen. Hij was ruim een meter lang en 70 centimeter breed en hoog.
Het deksel, ook wel het verzoendeksel genoemd, bestond helemaal uit goud. Hierop stonden twee cherubim met vleugels. De kist zelf was gemaakt van acaciahout en bedekt met goud.
In de Ark bevonden zich een aantal voorwerpen:
-
de twee stenen tafelen met de tien geboden;
-
een gouden kruik met manna en
-
de staf van Aäron.
Daarnaast bevond zich er de door Mozes geschreven wet (eerste vijf boeken van het oude testament).


