Spannend verhaal van vroeger: het wonder van de Joodse gemeenschap in Spanje

Uit de Bijbel ken je vast wel het verhaal van Esther. Esther zet haar leven op het spel om het Joodse volk te redden van de ondergang en God geeft uitkomst. Elk jaar viert het Joodse volk deze bijzondere gebeurtenis op het Poerimfeest. Nu zijn er in de loop van de tijd nog meer van zulke bijzondere dingen gebeurd. Eén zo’n verhaal kun je hieronder lezen. Het verhaal heet: Poerim Saragossa. Dat komt omdat het verhaal op het Poerimverhaal lijkt en gebeurd is in Saragossa in Spanje.

In Spanje leefde eens een machtige heerser. Hij had ook de macht over vele steden waar Joden leefden. In Saragossa, de hoofdstad van zijn rijk, leefde een grote Joodse gemeenschap die graag aan de koning liet zien hoeveel ze hem waardeerden. Wanneer de koning een gedenkdag hield vanwege een speciale gebeurtenis, dan trok hij met een parade door het Joodse gedeelte van de stad. De leiders van de Joodse gemeenschap kwamen hem dan tegemoet terwijl ze de prachtige hoezen van de Thora rollen met zich meedroegen. De Thora rollen zelf bewaarden ze in de synagogen.

De koning van Saragossa stelde het zeer op prijs dat de Joodse gemeenschap hem zo waardeerde. De relatie tussen de koning en de Joodse gemeenschap zou voor altijd goed blijven, ware het niet dat in de konings regering een man zat die de Joden haatte. De naam van deze man was Marcus en hij probeerde de Joden bij de koning in een kwaad daglicht te stellen en tegelijkertijd eer voor zichzelf te verzamelen.

Per toeval ontdekte Marcus dat wanneer de Joden de koning tegemoetkwamen, ze lege Thorahoezen bij zich droegen en de Thorarollen zelf in de synagoge achterlieten. Hij had het
gevoel dat hij iets had gevonden waarmee hij de Joden bij de koning kon
aanklagen. De koning, die geen slechte man was, maar ook niet zo slim, was snel overtuigd door Marcus dat de Joden hem voor de gek wilden houden met hun lege Thorahoezen. Marcus zag dat de koning hier boos over was en hij stelde snel voor dat de koning alle Joden het land uit zou zetten of zou doden. Hoewel de koning boos was, was hij absoluut niet van plan de Joodse gemeenschap te straffen. Hij zei: ‘Ik heb gehoord dat de Joden een machtige God hebben. Zal Die me niet straffen
als ik Zijn volk iets aan zou doen? Marcus antwoorde daarop: ‘De Joden hoeven echt niet te rekenen op genade van hun God. Ze leven namelijk onder uw regering en ze volgen hun religie niet meer en houden zich niet meer aan de geboden van God.’ ‘Maar als we de Joden het land uitzetten, zullen we daar dan zelf niet onder lijden?’ vroeg de koning zich af, ‘want ze betalen belasting en zijn goede burgers.’ ‘De Joden leven zo verspreid door uw koninkrijk dat u hun afwezigheid niet zult opmerken, koning!’ antwoorde Marcus. ‘Maar is het eerlijk om alle Joden te straffen?’ reageerde de koning, ‘Wat als er onschuldige mensen tussen zitten?’ ‘Koning, u moet weten dat ze allemaal hetzelfde zijn. Ze doen altijd alles samen dus ze zijn er allemaal schuldig aan dat ze u voor gek zetten. En daarnaast, het zijn de leiders van de gemeenschap die naar u
toekomen om u te begroeten, dus zij zijn sowieso schuldig’ antwoorde Marcus met een lach op zijn gezicht, en hij voelde dat hij de discussie gewonnen had.

‘Luister Marcus, ik ben inderdaad boos op de Joodse gemeenschap en ik vind dat ze gestraft moeten worden als het waar is wat je zegt. Maar ik wil eerlijk naar hun zijn want ik heb ze leren kennen als erg loyale mensen. Tijdens de volgende parade, als de Joden naar me toekomen om me te ontmoeten, dan moet jij naast me komen rijden. Ik geef jou de autoriteit om hun heilige hoezen te openen en als ze leeg zijn, dan mag je je plan tegen hen uitvoeren. Maar, als ze niet leeg zijn, dan moet jij dezelfde straf ondergaan die je hen had willen geven. Wil je dat accepteren? Ik wil me niet voor gek laten zetten door wie dan ook.’

Marcus was vrij zeker van zijn zaak en hij accepteerde het voorstel van de koning. Hij zag zichzelf al als een trots man naast de koning rijden.

De nacht voor de parade kon de shamash (een belangrijke assistent van de rabbi) van de grote synagoge van de Joodse gemeenschap in Saragossa niet in slaap vallen. Hij dacht na over het bezoek aan de koning, en hij was ongerust. Hij draaide zich om en om in zijn bed en had het angstige gevoel dat de Joodse gemeenschap iets verschrikkelijks te wachten stond. Hij voelde een grote drang om naar de leiders van de Joodse gemeenschap te rennen en hen te waarschuwen. Maar hij dacht dat ze hem misschien zouden uitlachten omdat de relatie met de koning juist zo goed was. Uiteindelijk viel hij in een onrustige slaap. In zijn slaap droomde hij heel levendig. Hij zag in zijn droom een man die tegen hem zei: ‘Sta op, verspil geen tijd. Een groot gevraag dreigt voor de Joden. Ga snel naar de synagoge en leg snel de Thora rollen in de hoezen. Maar zeg het tegen niemand!’ Het visioen was afgelopen voordat de shamash ook maar iets terug kon zeggen. Hij werd wakker met een groot gevoel van angst. Hij deed snel wat kleren aan en rende naar de synagoge. Hij had het gevoel dat de droom een serieuze waarschuwing was en dat hij zo snel mogelijk de opdracht moest uitvoeren. Wat de man niet wist, was dat alle andere shamash van de synagogen uit Saragossa ook zo’n droom hadden gekregen die nacht. Ook zij waren in het holst van de nacht naar de synagoge gesneld om in het geheim de Thora rollen in de hoezen te leggen en angstig af te wachten wat er zou gebeuren.

De volgende ochtend klonk het geluid van de trompetten overal in de stad. De koning kwam eraan! Zoals altijd trokken de leiders van de Joodse gemeenschappen eropuit om de koning te ontmoeten. Toen het koninklijke rijtuig stopte om de begroetingen van de Joodse leiders te ontvangen was het Marcus zelf de zei: ‘De majesteit wil graag zien wat in die prachtige hoezen van jullie zit.’ ‘Natuurlijk, open de hoezen!’ beval de koning. De Joodse leiders schrokken verschrikkelijk toen ze het bevel hoorden. Wat zou de koning gaan zeggen of doen? Ze hadden echter geen keuze, dus terwijl hun de moed in de schoenen zakte, openden ze de hoezen en tot hun grote opluchting zagen zij in de hoezen de Thora rollen liggen. Iedereen kon ze zien.

De koning zag er positief verrast uit. Maar voor Marcus was dat anders. De blik van triomf was van zijn gezicht verdwenen en hij zag bleek van de angst. Hij probeerde iets te zeggen, maar er kwamen geen woorden. De koning daarentegen viel in woede tegen Marcus uit. ‘Verrader, bedrieger!’ schreeuwde hij. Deze keer heb je jezelf overschat en je zult de straf krijgen die je het Joodse volk wilde aandoen.

Voor de Joden pakte de hele gebeurtenis echter heel goed uit. De koning verklaarde publiekelijk dat hij vertrouwen had in hun loyaliteit. En als teken van zijn blijk van vertrouwen, beval hij dat de Joden geen belasting meer hoefden te betalen voor de komende drie jaar. Toen de Joden erachter kwamen hoe alles was gegaan en hoe ze aan de dood ontsnapt waren, was hun vreugde groot. Ze dankten God voor zijn grote barmhartigheid en beloofden hem met nog grotere inzet te dienen. Ze besloten ook om elke 17e en 18e dag van de Joodse maand Sjevat deze gebeurtenis te herdenken.

Dit verhaal is een vertaling van het verhaal zoals dat te vinden is op de website van Chabad.org Oorspronkelijke bron: https://www.chabad.org/kids/article_cdo/aid/1481/jewish/Purim-Saragossa.htm

Vond je dit tof? Deel het dan!

Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp